ECLI:NL:RBDHA:2023:5646
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 12 mei 2022 een asielaanvraag in. Volgens de toen geldende wettelijke beslistermijn van zes maanden zou de beslissing uiterlijk op 12 november 2022 moeten zijn genomen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd, waardoor de nieuwe termijn op 12 augustus 2023 eindigt.
Eiser stelde op 15 november 2022 een ingebrekestelling op, maar deze was volgens de rechtbank te vroeg omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken na ontvangst van die ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk had gemaakt dat de situatie voor de verlenging voldeed aan de wettelijke criteria. Hierdoor was de verlenging rechtsgeldig en was het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling door geldige verlenging van de beslistermijn.