ECLI:NL:RBDHA:2023:5684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eiser, van Angolese nationaliteit, verzocht op 31 januari 2019 om naturalisatie in Nederland. De staatssecretaris wees dit verzoek op 1 maart 2021 af vanwege twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, gebaseerd op afwijkingen in de overgelegde geboorteakte en handtekeningen. Ook het bezwaar van eiser werd op 12 juli 2022 afgewezen.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 maart 2023 en concludeerde dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de identiteit en nationaliteit van eiser. De afwijkende handtekening en verschillen met gegevens van halfzussen rechtvaardigden nader onderzoek. Eiser werd niet gehoord over deze verschillen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet in strijd was met hoor en wederhoor omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Eiser voerde aan dat de twijfel niet door zijn ouders was veroorzaakt, verwijzend naar een informatiebericht, maar de rechtbank vond dat de twijfel voortkwam uit zijn eigen verklaringen en documenten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.