ECLI:NL:RVS:2016:2890
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken gelegaliseerde geboorteakte en geldig reisdocument
Appellante verzocht om het Nederlanderschap, maar haar verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen omdat zij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument kon overleggen, waardoor haar identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld.
Appellante stelde dat zij in bewijsnood verkeerde omdat zij alle mogelijke wegen had bewandeld om een geboorteakte te verkrijgen, waaronder het inschakelen van een contactpersoon en het benaderen van ambassades en advocaten, maar de onveilige situatie in haar geboortestad [plaats] dit onmogelijk maakte. De rechtbank oordeelde echter dat zij niet voldoende bewijs had geleverd van haar pogingen en dat het in beginsel mogelijk was om via een gemachtigde een geboorteakte te verkrijgen.
De Raad van State onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante niet in bewijsnood verkeert en dat het ontbreken van de vereiste documenten voldoende grond is voor afwijzing van het verzoek. Ook het betoog dat de identiteit vastgesteld had moeten worden aan de hand van stukken uit een verblijfsrechtelijke procedure werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.