ECLI:NL:RBDHA:2023:5850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres diende op 27 augustus 2021 een asielaanvraag in die aanvankelijk via de Dublin-procedure werd behandeld. Op 5 april 2022 werd zij geïnformeerd dat haar aanvraag in de nationale procedure zou worden behandeld, waarmee de beslistermijn van zes maanden op die datum begon te lopen en zou eindigen op 5 oktober 2022.
Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze uiterlijk op 5 juli 2023 zou eindigen. De rechtbank bevestigde dat deze verlenging rechtsgeldig is omdat op dat moment voldaan was aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Eiseres stelde verweerder op 31 oktober 2022 schriftelijk in gebreke, maar verweerder ontving deze ingebrekestelling pas op 16 januari 2023. Omdat het beroep werd ingesteld op 16 januari 2023, terwijl de wettelijke termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling nog niet was verstreken, oordeelt de rechtbank dat het beroep te vroeg is ingediend.
Daarmee is de beslistermijn nog niet verstreken en is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.