ECLI:NL:RBDHA:2023:5941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsmachtiging pleegkind wegens onvoldoende onaanvaardbare toekomst en geen schending familie- en gezinsleven
Eiser, een minderjarige met de Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als pleegkind bij zijn grootmoeder in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees dit verzoek af omdat niet voldoende was onderbouwd dat eiser in Colombia een onaanvaardbare toekomst tegemoet zou gaan. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake was van hechte, persoonlijke banden tussen eiser en zijn grootmoeder die een schending van artikel 8 EVRM Pro zou rechtvaardigen.
Eiser voerde in beroep aan dat de beoordeling van verweerder onvoldoende gemotiveerd was en dat het rapport over de psychische gesteldheid van zijn biologische moeder onvoldoende werd meegewogen. Tevens stelde hij dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro ten onrechte in zijn nadeel uitviel, mede omdat verweerder het economisch belang van Nederland te zwaar liet meewegen en onvoldoende rekening hield met de belangen van het kind zoals bedoeld in artikel 3 IVRK Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op goede gronden had geoordeeld dat er geen onaanvaardbare toekomst voor eiser in Colombia was, mede omdat niet was aangetoond dat de overgebleven familieleden in Colombia niet voor hem konden zorgen. Ook was de motivering over het criterium 'bezwaarlijk' voldoende. De rechtbank vond dat er geen sprake was van hechte, persoonlijke banden tussen eiser en zijn grootmoeder die de gebruikelijke omgang overstijgen. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt, waarbij het economische belang van Nederland en het ontbreken van sterke bindingen van eiser met Nederland terecht werden meegewogen. De belangen van het kind waren voldoende betrokken en de hoorplicht was niet geschonden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om verblijf af.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige op verblijf bij zijn grootmoeder wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mvv wordt afgewezen.