Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder(gemachtigde: mr. P. Lu).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op 5 juli 2022 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 5 januari 2023 eindigen. Met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2022/22 op 27 september 2022 is deze beslistermijn met negen maanden verlengd tot 5 oktober 2023.
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is omdat op het moment van inwerkingtreding van het besluit een situatie bestond zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken in deze zaak.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 8 januari 2023 schriftelijk in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend na verlenging van de beslistermijn.