Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd aanvankelijk op 30 september 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Na intrekking van zijn asielaanvraag werd op 7 oktober 2022 een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd op basis van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw. Deze maatregel is verlengd bij besluit van 24 maart 2023 voor maximaal twaalf maanden.
Eiser voerde aan dat het verlengingsbesluit onrechtmatig was omdat de periode van bewaring op grond van artikel 59b buiten beschouwing moet worden gelaten bij de termijnberekening. De rechtbank stelde vast dat het verlengingsbesluit onjuist vermeldde dat eiser al zes maanden in bewaring was, maar dat dit geen gevolgen had voor de rechtmatigheid van het besluit. Het besluit was tijdig genomen, namelijk niet eerder dan twee weken voor het verstrijken van de termijn van zes maanden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en dat de benodigde documentatie ontbreekt. Er waren meerdere vertrekgesprekken gevoerd zonder resultaat en de Marokkaanse autoriteiten hadden bevestigd dat de uitgifte van documenten nog in behandeling was. Eiser had geen beroepsgronden tegen deze motivering aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging was voldaan en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding om het verlengingsbesluit onrechtmatig te achten, ook niet ambtshalve.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.