ECLI:NL:RVS:2012:BY2124
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van bewaring vreemdeling wegens te late bekendmaking
De vreemdeling werd op 13 januari 2012 in bewaring gesteld en deze maatregel werd op 11 juli 2012 verlengd met maximaal twaalf maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging ongegrond. De vreemdeling stelde dat het verlengingsbesluit niet tijdig was genomen en uitgereikt, omdat de wettelijke termijn van zes maanden op 10 juli 2012 eindigde en het besluit pas op 11 juli 2012 werd uitgereikt.
De Raad van State oordeelde dat de verlenging van de bewaring tijdig had moeten worden genomen en uiterlijk op 10 juli 2012 aan de vreemdeling uitgereikt had moeten worden, conform artikel 59, vijfde en zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Omdat het besluit pas op 11 juli 2012 werd uitgereikt, was de bewaring vanaf die datum onrechtmatig verlengd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van 11 juli 2012 tot 27 augustus 2012 en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en de onrechtmatige verlenging van de bewaring wordt vernietigd.