Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 3 februari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 oktober 2021. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 8 april 2022 eindigen, maar was door verweerder verlengd tot maximaal vijftien maanden, waardoor de termijn op 8 januari 2023 zou eindigen.
Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd tot een maximum van 21 maanden, waardoor de beslistermijn voor eiser op 8 juli 2023 zou eindigen. De rechtbank oordeelde dat deze verlenging rechtsgeldig was, gelet op de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
De ingebrekestelling van 13 januari 2023 was daarom te vroeg ingediend omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling terwijl de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.