ECLI:NL:RBDHA:2023:6040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel bewaring vreemdeling ondanks vertrouwensbeginsel
Eiser, een Poolse vreemdeling, werd op 6 juli 2022 geconstateerd als niet-rechtmatig verblijvend in Nederland en kreeg de opdracht het land binnen 31 dagen te verlaten. Omdat hij hieraan geen gevolg gaf, legde verweerder op 7 april 2023 de maatregel van bewaring op met het oog op zijn verwijdering naar Polen.
Eiser voerde aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat hij eerder tweemaal in bewaring was geweest en onduidelijkheid bestond over de beëindiging daarvan, waardoor hij mocht vertrouwen op verblijf in Nederland. De rechtbank oordeelde dat eiser op de hoogte was gesteld van zijn illegale verblijf en dat de eerdere beëindigingen van bewaring niet tot een gerechtvaardigd vertrouwen konden leiden.
De rechtbank stelde vast dat de zware gronden voor bewaring, waaronder het niet opvolgen van vertrekopdracht en de weigering terug te keren vanwege medische redenen, feitelijk juist zijn. Lichte gronden behoefden geen bespreking omdat de zware gronden voldoende waren. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.