Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(zware gronden)
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
(lichte gronden)
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
Ook bent u in de afgelopen jaren met regelmaat door de politie aangehouden wegens het plegen van vermogensdelicten. De vermogensdelicten waarvoor u bent aangehouden betreffen:
12 oktober 2022 om 17:39 uurvastgelegd dat “
(-) is aangehouden voor diefstal (…). Heeft hiervoor een DIP gekregen (…) en gaat nu IBS”.In deze HV21 is op
13 oktober 2022 om 11:06 uurvastgelegd dat “
betrokkene op 13/10/2022 wordt uitgeplaatst naar DRC.”
op naam van eisergesteld uittreksel uit de justitiële documentatie verkregen. De rechtbank acht dit dermate onzorgvuldig dat de maatregel van aanvang af onrechtmatig is en onmiddellijk zal worden opgeheven. De rechtbank betrekt hierbij dat de brief van 20 oktober 2022 van de regievoerder aan de Vris-officier onvoldoende waarborgen bevat om ten tijde van het onderzoek ter zitting op 24 oktober 2022 vast te kunnen stellen dat de zaaksofficier geen bezwaar heeft tegen uitzetting en eiser dus niet in zijn belangen zou zijn geschaad. De brief die verzonden is vermeldt onder meer het navolgende:
- de vreemdeling is als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd;
- de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist;
- de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan;
- aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan.
Beslissing
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.430,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;