ECLI:NL:RBDHA:2023:6044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenzaak
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om schadevergoeding.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment was bevestigd. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel sinds die uitspraak.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend en onzorgvuldig handelt, onder meer omdat de resultaten van een Prüm-onderzoek niet waren overgelegd en er geen zicht zou zijn op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zorgvuldig en voortvarend handelt, onderbouwd door het indienen van een laissez-passer-aanvraag bij Marokkaanse autoriteiten, herhaalde rappelleringen, vertrekgesprekken met eiser en afronding van het Prüm-onderzoek zonder nadelige uitkomsten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om nadere informatie te verlangen en concludeert dat het beroep ongegrond is. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.