ECLI:NL:RBDHA:2023:6167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling wegens risico onttrekking toezicht en weigering terugkeer
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken en zijn weigering om vrijwillig terug te keren naar Marokko.
De rechtbank stelt vast dat de zware gronden voor bewaring feitelijk juist zijn en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij rechtmatig verblijf heeft of een afgeleid Unierechtelijk verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez. De lichte gronden behoeven geen bespreking omdat de zware gronden reeds voldoende zijn.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn vaste verblijfplaats en familie in Nederland, maar de rechtbank oordeelt dat het risico op onttrekking aan toezicht blijft bestaan en dat een lichter middel niet doeltreffend is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.