ECLI:NL:RBDHA:2023:6263

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
2 mei 2023
Zaaknummer
NL23.6501
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwWBV 2022/22
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 3 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 juni 2022. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 5 december 2022 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 is de beslistermijn rechtsgeldig verlengd met negen maanden tot 5 september 2023.

De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie die de verlenging rechtvaardigt aanwezig was. Hierdoor was de ingebrekestelling van 7 februari 2023 te vroeg, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Dit maakt het beroep prematuur en dus niet-ontvankelijk.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6501
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. K. Logtenberg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 3 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 juni 2022.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb1 uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 5 juni 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 5 december 2022 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/222 de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 5 september 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 20233 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel
1. Algemene wet bestuursrecht.
2 Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.
42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.4 De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 7 februari 2023 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
4 Vreemdelingenwet 2000.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR26350340

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.