ECLI:NL:RBDHA:2023:6330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding
Eiseres, een Thaise nationaliteit houdende vrouw, vroeg een visum kort verblijf aan om bij haar Nederlandse partner te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af vanwege onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en gerede twijfel over het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Thailand.
In bezwaar werd dit besluit gehandhaafd en verweerder verleende later een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan eiseres. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit, met name gericht op het ontbreken van proceskostenvergoeding en schending van de hoorplicht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel procesbelang heeft vanwege het verzoek om proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding. Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het primaire besluit concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht twijfelde aan de sociale en economische binding van eiseres met Thailand, omdat zij onvoldoende objectief bewijs leverde.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden, omdat verweerder redelijkerwijs kon concluderen dat een hoorzitting geen ander besluit zou opleveren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.