ECLI:NL:RVS:2022:3491
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over recht op huurtoeslag en terugvordering te veel betaalde voorschotten 2019
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin het recht op huurtoeslag over 2019 definitief op nihil werd vastgesteld en een bedrag van €3.319,- aan te veel betaalde voorschotten werd teruggevorderd. De rechtbank had het beroep van appellant tegen de vaststelling van het recht op huurtoeslag ongegrond verklaard, maar de terugvordering van het bedrag vernietigd wegens onevenredigheid.
De Raad van State overweegt dat appellant een vermogen had van €30.448,-, iets boven de heffingsvrije vermogensgrens van €30.360,-, waardoor sprake is van voordeel uit sparen en beleggen en geen recht op huurtoeslag bestaat. De rechtbank had geoordeeld dat de terugvordering onevenredig was vanwege de financiële situatie van appellant en het feit dat het vermogen vooral bestond uit overwaarde van een tweede woning, maar de Raad van State wijst dit af.
De Afdeling benadrukt dat de financiële situatie van appellant geen bijzondere omstandigheid vormt die matiging van de terugvordering rechtvaardigt, mede omdat een persoonlijke betalingsregeling mogelijk is. De rechtbank heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor het oordeel dat appellant in een onomkeerbare schuldensituatie zou komen. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, dat van de Belastingdienst gegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij de terugvordering op nihil stelde. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €3.319 blijft in stand.