ECLI:NL:RBDHA:2023:6621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken
Eiser, een Guinese onderdaan, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez, omdat hij een afgeleid verblijfsrecht zou hebben als ouder van zijn minderjarige dochter met de Nederlandse nationaliteit.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit aanvankelijk niet aannemelijk maakte, en later omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken en een afhankelijkheidsrelatie met het kind. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat eiser wel aan de identiteitseis voldeed, maar onvoldoende bewijs leverde van meer dan marginale zorgtaken.
De rechtbank oordeelde dat de omgangsregeling beperkt is tot begeleid bezoek eens per twee weken, dat het zwaartepunt van de zorg bij de moeder ligt en dat de stellingen over frustratie door de moeder niet zijn bewezen. Ook is onvoldoende aangetoond dat het kind gedwongen zou worden de EU te verlaten zonder het verblijfsrecht van eiser.
Ten slotte werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was ambtshalve artikel 8 EVRM Pro te toetsen, omdat eiser daar geen beroep op deed. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aantoonbare zorg- en opvoedingstaken en afhankelijkheidsrelatie.