ECLI:NL:RBDHA:2025:5602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, Iraanse nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf om haar neef in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en twijfels over tijdige terugkeer naar Iran.
Eiseres stelde dat zij onterecht niet is gehoord in de bezwaarprocedure en dat verweerder ten onrechte nieuwe argumenten toevoegde zonder haar gelegenheid tot wederhoor te geven. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen en dat het horen in bezwaar niet verplicht was.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar garantsteller in Nederland over voldoende middelen beschikt en dat zij onvoldoende sociale en economische binding met Iran had om een tijdige terugkeer te waarborgen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk.