Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid in loondienst op grond van het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6 en Pro 7 van Besluit 1/80. Tevens is tegen eiser een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd.
Eiser voerde aan dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in strijd is met artikel 13 van Pro Besluit 1/80 en dat hij inmiddels getrouwd is, waardoor hij gezinslid zou zijn van een Turkse werknemer. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf omdat hij sinds 2017 geen verblijfsrecht meer heeft en niet als gezinslid kan worden aangemerkt. Het inreisverbod is volgens de rechtbank geen verboden nieuwe beperking en is voldoende gemotiveerd.
Verder is vastgesteld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.