ECLI:NL:RBDHA:2023:6795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De Nederlandse overheid had een verzoek tot terugname bij Oostenrijk ingediend, waarop niet tijdig werd gereageerd, waardoor de verantwoordelijkheid bij Oostenrijk ligt.
Eiser stelde dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen het beschermingsbeleid van Oostenrijk en Nederland, waardoor overdracht aan Oostenrijk zou leiden tot een reëel risico op indirect refoulement. De rechtbank oordeelde dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt.
De rechtbank weegt de door eiser overgelegde Eurostat-cijfers en enkele beslissingen niet als voldoende bewijs voor een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid. Ook de stelling dat pushbacks aan de grens met Slovenië zouden leiden tot risico’s voor eiser werd niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.