Uitspraak
1.ECLI:EU:C:2014:1320.
2.ECLI:NL:RBDHA:2023:4977.
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, stelde beroep in tegen het besluit tot verlenging van zijn bewaring door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij voerde onder meer aan dat zijn recht op een eerlijk proces en het beginsel van equality of arms waren geschonden omdat zijn advocaat hem niet mocht bezoeken op de afdeling van het detentiecentrum. De rechtbank oordeelde dat eiser de mogelijkheid had om met zijn advocaat in de spreekruimte te overleggen en dat zijn weigering om daarheen te gaan voor zijn eigen rekening kwam. Ook werd zijn stelling dat zijn psychische problematiek hem belemmerde onvoldoende onderbouwd met medische stukken.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de verlenging van de bewaring, zoals het risico op ontduiking van toezicht en het niet meewerken aan uitzetting, voldoende waren gemotiveerd. Hoewel eiser betoogde dat er geen zicht was op uitzetting vanwege het ontbreken van een laissez-passer en zijn psychische gesteldheid, concludeerde de rechtbank dat het enkele feit dat het reisdocument nog niet was afgegeven na negen maanden dit niet uitsluit. Verweerder had schriftelijke presentaties bij de Nigeriaanse autoriteiten gedaan en een presentatie in persoon stond gepland.
Verder wees de rechtbank het verzoek om aanstelling van een deskundige af, omdat uit de medische beoordeling in het detentiecentrum bleek dat er geen aanwijzingen waren dat eiser detentieongeschikt was. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.