Eisers, beiden van Libische nationaliteit, dienden op 4 oktober 2021 asielaanvragen in. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelden zij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke en dienden vervolgens beroepen in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden, de ingebrekestelling rechtsgeldig was en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, waardoor de beroepen kennelijk gegrond zijn. De rechtbank overweegt dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de bestuurlijke dwangsom is uitgesloten, maar dat de rechterlijke dwangsom niet kan worden afgeschaft volgens het Unierecht.
De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvragen en legt een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €7.500. Tevens worden de proceskosten van eisers toegewezen tot een bedrag van €418,50.