Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3l. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken;
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
of aan zijn verplichting tot vertrek naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;(…)”.Nadat de asielaanvraag van eiser in 2022 is afgewezen diende eiser naar Zwitserland terug te keren. Eiser heeft verklaard dat hij dit niet heeft gedaan maar naar Duitsland is vertrokken en vervolgens weer is teruggekeerd naar Nederland. Eiser heeft in het gehoor voorafgaand aan oplegging van de maatregel gedurende welk gehoor dit alles met eiser is besproken, expliciet aangegeven dat hij niet wil meewerken aan een overdracht aan Zwitserland. Zware grond 3l is daarmee ook feitelijk juist en kan aan de maatregel ten grondslag worden gelegd. De twee gehandhaafde lichte gronden kunnen op grond van vaste jurisprudentie aan de maatregel ten grondslag worden gelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier thans anders over te oordelen. De beroepsgrond die betrekking heeft op de zware en lichte gronden slaagt niet.
uitdrukkelijk bevestigddat er geen bezwaar bestaat tegen uitzetting. Namens het arrondissementsparket Amsterdam is op 2 mei 2023, om 10:05
uitdrukkelijk bevestigddat er geen bezwaar bestaat tegen de uitzetting.
uitdrukkelijk en relatief spoedignadat hierom is verzocht, hebben beslist dat geen bezwaar tegen de uitzetting/overdracht bestaat. De rechtbank merkt op dat het zorgvuldig is dat beide parketten uitdrukkelijk aan verweerder bevestigen dat er geen bezwaar is en dat het zorgvuldig is dat verweerder bij zijn verzoek niet heeft aangegeven dat “
als er binnen drie werkdagen geen reactie wordt ontvangen er van uit wordt gegaan dat er geen bezwaar is”. De rechtbank overweegt echter, onder verwijzing naar eerder genoemde uitspraken van deze zittingsplaats, dat deze toestemming had moeten worden gevraagd en zo mogelijk had moeten worden verkregen voorafgaand aan oplegging van de maatregel omdat verweerder bij de overname van eiser wéét dat eiser is gedagvaard en dus tenminste vanwege deze dagvaarding contact moet worden opgenomen met het Openbaar Ministerie. Verweerder is ook bekend met de eerdere overname uit het strafrecht. Verweerder had dus op 27 april 2023 na de overname en
voorafgaand aan oplegging van de maatregeleen uittreksel uit de justitiële documentatie moeten opvragen en raadplegen om zich er van te vergewissen of er nog strafrechtelijke executie-beletselen waren die mogelijk aan oplegging van de maatregel in de weg stonden en
voorafgaand aan oplegging van de maatregelhet Openbaar Ministerie moeten vragen of er bezwaar bestond tegen de overdracht van eiser gelet op de dagvaarding(en) terzake de verdenking van een misdrijf/misdrijven.
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.500,-, te betalen door de griffier;