ECLI:NL:RBDHA:2023:7074
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom afgewezen
Eiser heeft op 23 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Hierop stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder nam op 18 oktober 2022 alsnog een besluit en wees de aanvraag toe.
Ondanks het besluit handhaafde eiser het beroep met het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat het bestuursorgaan inmiddels een besluit heeft genomen binnen de wettelijke termijn na ingebrekestelling.
Verder overwoog de rechtbank dat op grond van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het uitsluiten van een bestuurlijke dwangsom in asielzaken niet in strijd is met het Unierecht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 18 oktober 2022 ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten van €418,50.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit ongegrond; verweerder is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.