ECLI:NL:RBDHA:2023:7079
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk en beroep tegen besluit ongegrond
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 november 2021. De staatssecretaris heeft op 1 december 2022 alsnog een besluit genomen waarin de asielaanvraag is ingewilligd. De rechtbank heeft eiser verzocht te reageren op dit besluit, maar hij heeft niet gereageerd.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden is verstreken en dat eiser de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend binnen de wettelijke termijnen. Echter, omdat het besluit alsnog is genomen, is het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Het beroep richt zich tevens tegen het besluit van 1 december 2022. Eiser heeft verzocht om een bestuurlijke dwangsom, maar deze is niet toegekend. De rechtbank verwijst naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bepalen dat het uitsluiten van een bestuurlijke dwangsom in asielzaken niet in strijd is met het Unierecht. Daarom is het beroep tegen het besluit ongegrond.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds en is openbaar gemaakt op 17 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 1 december 2022 is ongegrond verklaard.