ECLI:NL:RBDHA:2023:7080
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 december 2021. Verweerder heeft op 5 december 2022 alsnog een besluit genomen waarbij de asielaanvraag werd ingewilligd. De rechtbank heeft eiser verzocht te laten weten of hij het beroep wenst in te trekken, maar eiser heeft niet gereageerd, waardoor het beroep gehandhaafd bleef.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden heeft beslist en dat eiser verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Omdat verweerder inmiddels alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Het beroep heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, dat geen bestuurlijke dwangsom bevat, terwijl eiser die had gevorderd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen in asielprocedures niet in strijd is met het Unierecht, maar het afschaffen van rechterlijke dwangsommen wel. Gezien deze jurisprudentie is verweerder geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit van 5 december 2022 ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 5 december 2022 is ongegrond verklaard.