ECLI:NL:RBDHA:2023:7203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is sinds augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en het beroep behandeld op 10 mei 2023.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is, omdat er nog steeds gronden zijn die de bewaring dragen en een lichter middel niet effectief is om uitzetting te bewerkstelligen. Hoewel eiser aangeeft dat hij stemmen hoort en dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn, is niet gebleken dat hij detentieongeschikt is of dat de detentie onevenredig is.
De uitzetting wordt bemoeilijkt doordat een Nigeriaanse kliniek opname voorwaarde stelt dat een familielid aanwezig is, en eiser heeft geen contact meer met zijn zus die in Gambia woont. De rechtbank concludeert dat eiser mogelijk niet volledig meewerkt aan het opsporen van zijn zus, waardoor het zicht op uitzetting niet is komen te vervallen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel van bewaring onrechtmatig te verklaren en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.