ECLI:NL:RBDHA:2023:7341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering eigen bijdrage opvang op basis van dwangsomvergoeding
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, kreeg een dwangsomvergoeding van €15.000,- vanwege een te late beslissing in zijn asielprocedure. Verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), stelde vast dat eiser een eigen bijdrage van €5.803,33 verschuldigd is voor zijn opvangkosten en vorderde dit bedrag terug. Eiser betwistte dit, stellende dat de dwangsomvergoeding immateriële schade betreft en niet als vermogen mag worden meegeteld, dat het besluit niet rechtsgeldig was en dat het besluit niet correct aan zijn gemachtigde was bekendgemaakt.
De rechtbank oordeelde dat een dwangsomvergoeding niet gelijkgesteld kan worden met een immateriële schadevergoeding en derhalve wel als vermogen moet worden beschouwd bij de berekening van de eigen bijdrage. Verder werd geoordeeld dat de nota en het besluit samen zijn bekendgemaakt en dat de nota gebaseerd is op een rechtsgeldig besluit. Ten aanzien van de bekendmaking stelde de rechtbank dat het besluit terecht rechtstreeks aan eiser is gestuurd, omdat de gemachtigde pas na het besluit was aangewezen.
Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter D.C. Laagland op 17 april 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot terugvordering van de eigen bijdrage is ongegrond verklaard.