ECLI:NL:RBDHA:2023:7445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens ontbreken bijzondere banden
Eiseres, een Surinaamse nationaliteit houdende vrouw met een verblijfsvergunning als partner, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar het verblijfsdoel niet-tijdelijke humanitaire gronden. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste voorwaarde van vijf jaar rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag en omdat niet was gebleken dat zij bijzondere banden met Nederland had.
Eiseres stelde dat zij wel bijzondere banden had vanwege haar Nederlandstalige opvoeding, werk, familie en het feit dat zij oud-Nederlander was en de optieprocedure wilde starten. De rechtbank oordeelde echter dat het evenredigheidsbeginsel niet zo ver reikt dat de voorwaarden van de optieprocedure in deze zaak toegepast moeten worden, mede omdat eiseres de optieprocedure niet was gestart en het niet aannemelijk was dat deze procedure in haar voordeel zou uitvallen.
Verder achtte de rechtbank de overgelegde bewijsstukken onvoldoende om bijzondere banden aan te tonen en vond zij dat het belang van de Staat bij handhaving van toelatingsregels zwaarder woog dan het privéleven van eiseres in Nederland. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.