ECLI:NL:RBDHA:2023:7790
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublinprocedure wegens onvoldoende onderzoek en proceskostenveroordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de geregistreerde geboortedatum en dat er geen schouw heeft plaatsgevonden, wat in strijd is met de Werkinstructie 2018/19.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op indirect refoulement of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Italië. Wel acht de rechtbank het ontbreken van opvangcapaciteit in Italië een ernstig probleem, maar concludeert dat dit geen structureel karakter heeft en daarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kan worden losgelaten.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de circular letter van 5 december 2022, waarin Italië tijdelijke opschorting van overdrachten vraagt vanwege opvangtekorten. Dit leidt tot schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsvereiste, waardoor het bestreden besluit wordt vernietigd.
Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.674,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.