ECLI:NL:RBDHA:2023:7977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder baseerde het besluit op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Frankrijk het verzoek tot terugname heeft aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden vanwege risico op indirect refoulement en systematische tekortkomingen in de Franse asielprocedure, waaronder gebrek aan opvang en materiële deprivatie. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt en dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig individueel en uitzonderlijk zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange en griffier A. Wilpstra-Foppen, en kan binnen één week worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.