ECLI:NL:RBDHA:2023:8045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoekster diende op 6 maart 2023 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 2 juni 2022. De staatssecretaris had de aanvraag op 13 april 2023 ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 per 27 september 2022 met negen maanden was verlengd, waardoor de beslistermijn pas op 2 september 2023 zou eindigen. De rechtbank bevestigde haar eerdere oordeel dat deze verlenging rechtsgeldig was.
Omdat de ingebrekestelling van 8 februari 2023 te vroeg was en de beslistermijn nog niet verstreken, was het beroep niet-ontvankelijk geweest indien het niet was ingetrokken. Er was dus geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoekster, zodat een proceskostenveroordeling niet aan de orde was.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en maakte de uitspraak zonder zitting bekend.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk was wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn.