ECLI:NL:RBDHA:2023:8175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk
Eiseres, een Syrische vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verweerder baseerde dit op het feit dat eiseres eerder in Oostenrijk een asielverzoek had gedaan en dat Oostenrijk niet binnen de gestelde termijn had gereageerd op een verzoek om terugname.
Eiseres voerde aan dat Oostenrijk zich schuldig maakt aan pushbacks en dat zij als kwetsbare alleenstaande vrouw met diabetes extra bescherming verdient, waarbij verweerder ten onrechte geen nader onderzoek verrichtte en het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende toepaste.
De rechtbank oordeelde dat het algemene uitgangspunt geldt dat Oostenrijk zijn verplichtingen nakomt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op onmenselijke behandeling of pushbacks. Ook achtte de rechtbank de prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie niet relevant voor deze zaak.
Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de beschikbare rapporten is geen aanleiding om de asielaanvraag aan zich te trekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is.