ECLI:NL:RBDHA:2023:8457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege familieleven met zijn meerderjarige dochter, die de Nederlandse nationaliteit heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn dochter. Na behandeling van het bezwaar bleef de afwijzing in stand.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van meer dan normale afhankelijkheid. Hoewel eiser financieel afhankelijk is van zijn dochter en zijn gezondheid is verslechterd, woont hij bij een goede vriend die hem ondersteunt. Het contact tussen eiser en zijn dochter was jarenlang verbroken en werd pas recent hersteld. De situatie in Somalië is slechter dan in Nederland, maar dit leidt niet tot een andere beoordeling.
De belangenafweging door de staatssecretaris is zorgvuldig en rechtvaardig, waarbij het algemene belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mag worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.