ECLI:NL:RVS:2020:695
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen bijzondere gezinsband bestaat voor machtiging voorlopig verblijf
De Syrische vreemdeling, woonachtig in Syrië met haar minderjarige kinderen, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar moeder in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er 'more than the normal emotional ties' tussen vreemdeling en referent bestonden, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling zich in een uitzichtloze situatie bevond en dat de staatssecretaris ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom geen bijzondere emotionele afhankelijkheid bestond. De omstandigheden zoals zorgen om gewonde zoon, uitzichtloze situatie en eerdere steun door referent, overstegen niet de normale moeder-dochterrelatie. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.