ECLI:NL:RBDHA:2023:8568
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken nader gehoor
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 31 mei 2022 een asielaanvraag in. Verweerder wees deze aanvraag op 6 april 2023 af als kennelijk ongegrond omdat eiser niet was verschenen voor een nader gehoor en geen verschoonbare reden had. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, onder a en h, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit omdat slechts een aanmeldgehoor had plaatsgevonden en geen inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas mogelijk was zonder nader gehoor.
Verweerder had de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen conform artikel 30c, eerste lid, onder b, Vw, en eiser in de gelegenheid moeten stellen aan te tonen dat zijn afwezigheid niet aan hem te wijten was. Dit is niet gebeurd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken opnieuw te beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.