ECLI:NL:RBDHA:2023:8821
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsherstel en weigering ophoging IVA-uitkering naar 100%
Eiseres verzocht om ophoging van haar IVA-uitkering naar 100%, maar de rechtbank constateerde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit van het UWV onvoldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de noodzaak van continue oppassing en de rol van Wlz-zorg.
Verweerder kreeg de gelegenheid het motiveringsgebrek te herstellen door een nieuw medisch onderzoek te laten uitvoeren, waarbij de verzekeringsarts b&b eiseres op het spreekuur heeft onderzocht en een rapport heeft uitgebracht. Hieruit bleek dat eiseres nog enkele essentiële levensverrichtingen zelfstandig kan verrichten en geen medische noodzaak bestaat voor continue oppassing.
De rechtbank oordeelt dat met het persoonsgebonden budget (pgb) en de hulp van haar kinderen in belangrijke mate in de behoefte aan oppassing en verzorging wordt voorzien. De Wlz-indicatie leidt niet tot een ander oordeel omdat de medische stukken ontbreken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het motiveringsgebrek is hersteld. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend omdat eiseres geen kosten heeft gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; eiseres komt niet in aanmerking voor ophoging van de IVA-uitkering naar 100%.