Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] ,
[naam],eiser
Rechtbank Den Haag
Eiser diende een opvolgende asielaanvraag in met het verzoek bescherming te krijgen vanwege afvalligheid van de islam en vogelvrijverklaring in Irak. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij de geloofwaardigheid van de vogelvrijverklaring en afvalligheid werd betwijfeld. Eerder had de rechtbank een eerdere afwijzing vernietigd wegens onvoldoende motivering, waarna de zaak werd terugverwezen.
In deze procedure heeft verweerder betoogd dat eiser niet praktiserend gelovig is en dat dit in Irak geen problemen oplevert, gesteund door het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hem bij terugkeer afvalligheid zal worden toegedicht of dat hij daardoor gevaar loopt. Tevens is vastgesteld dat het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod zijn komen te vervallen door verlening van een verblijfsvergunning regulier.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden van eiser, waaronder zijn huwelijk met een Nederlandse vrouw en de niet-islamitische opvoeding van zijn kinderen, onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat hij risico loopt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.