Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar en haar minderjarige kinderen, maar verweerder besloot niet tijdig. Na een geldige ingebrekestelling stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat de aanvraag door referent namens eiseres was ingetrokken, waardoor het procesbelang ontbrak. Eiseres betwistte dit, maar kon niet objectief aantonen dat de intrekking ongeldig was.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Wel stelde de rechtbank vast dat de ingebrekestelling geldig was en verweerder niet binnen twee weken had beslist, waardoor een bestuurlijke dwangsom van €1.442,- verschuldigd is.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €184,- aan eiseres.