De rechtbank Den Haag heeft op 19 juni 2023 het beroep van eiser tegen het besluit van 2 juni 2023 beoordeeld, waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan eiser de maatregel van bewaring oplegde op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelt dat de maatregel rechtmatig is omdat er sprake is van zware gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en het onttrekken aan toezicht.
Eiser stelde dat de gronden feitelijk één zijn en onvoldoende voor bewaring, dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de verwijdering en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat de gronden weliswaar samenhangen met illegaal verblijf maar verschillende aspecten betreffen, dat de voorbereiding op uitzetting tijdig is gestart en dat het risico op onderduiken te groot is voor lichtere maatregelen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring in stand blijft en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.