Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 3 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, waar eiser eerder een aanvraag had ingediend.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast, verwijzend naar vermeende tekortkomingen in de Oostenrijkse asielprocedure en opvang, waaronder push-backs, gebrek aan rechtsbijstand en vernederende behandeling. Tevens stelde hij dat de Nederlandse vertaling van de Dublinverordening de exceptieve toetsing niet doorstaat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De stellingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en hij vertrok uit Oostenrijk zonder de procedure daar af te wachten.
Ook de gezinsband met een Nederlandse echtgenote werd niet met authentieke stukken aangetoond, en verweerder had ruime beslissingsruimte om de asielaanvraag niet aan zich te trekken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.