ECLI:NL:RBDHA:2022:10132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 18 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat hij illegaal via Italië de EU was binnengekomen en vroeg Italië overname op grond van de Dublinverordening. Italië reageerde niet binnen de termijn, wat werd gezien als aanvaarding.
De Nederlandse staatssecretaris nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is. Eiser betoogde dat de bewijslast voor het risico op onmenselijke behandeling bij overdracht te zwaar is en verwees naar het arrest Jawo en de Franse en Engelse versies van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris correct heeft gehandeld en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en wijst op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het EHRM die dit ondersteunen.
Eisers verwijzingen naar rapporten en algemene landeninformatie zijn onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Ook zijn stellingen over het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen in Italië zijn niet aannemelijk gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.