ECLI:NL:RBDHA:2023:9076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op afgeleid verblijfsrecht na toekenning EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene
Eiseres, met de Oegandese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. In een latere procedure werd haar een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen toegekend met ingang van 30 augustus 2022.
Eiseres handhaafde haar beroep tegen de afwijzing van haar eerdere aanvraag omdat zij een inhoudelijke beoordeling wenste en het verschil zag tussen verblijfsrecht en verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres met de toekenning van de EU-verblijfsvergunning het doel van haar beroep had bereikt en dat zij geen procesbelang meer had.
De rechtbank wees ook een verzoek tot proceskostenveroordeling af, omdat verweerder niet in deze procedure maar in een andere procedure aan eiseres tegemoet was gekomen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij inmiddels een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen heeft verkregen.