Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Procesverloop
Overwegingen
- het bouwplan is gelegen in een gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Om die reden zijn in het bestemmingsplan de bouwvlakken en maximale bouwhoogten nauwkeurig bepaald;
- de aanbouw is gelegen op het achtererf waar geen bouwvlak aanwezig is;
- de bestaande aanbouw van twee bouwlagen is al ongeveer 6,25 meter hoog. Het verder ophogen met een bouwlaag en/of dakterras is stedenbouwkundig niet akkoord;
- het bouwplan voldoet niet aan het overgangsrecht van artikel 27.1 van het bestemmingsplan. De bestaande bouw wordt immers vergroot;
- het achtererf grenst aan de bestemming ‘Groen’. Het verder optoppen betekent een verdere verdichting van het binnenterrein. De aanbouw wordt hiermee hoger en in toenemende mate minder ondergeschikt in proportie/verhouding tot de hoofdgebouwen aan de buitenzijde. Anderzijds beperkt de verdichting in toenemende mate de openheid van het binnenterrein met licht. Een verdichting nabij de bestemming Groen is ook om die reden ongewenst;
- de ligging van de aanbouw en daardoor het dakterras is diep/midden op het (achter)perceel gelegen. Vanuit een oogpunt van woonkwaliteit en mogelijk geluidsoverlast is het ook om die reden onwenselijk.