Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 1 januari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Dit besluit werd genomen nadat uit Eurodac bleek dat eiser eerder een asielverzoek in Duitsland had ingediend en Duitsland het verzoek tot terugname had geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij risico loopt op uitzetting naar Sierra Leone vanwege zijn geaardheid, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou zijn. Hij stelde dat Duitsland zijn nieuwe aanvraag als opvolgend zou beschouwen en dat het nieuwsbericht over zijn geaardheid uit 2014 door Duitsland als oud bewijs zou worden gezien. Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende heeft meegewogen dat hij risico loopt op indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asielbeleid of dat hij een reëel risico loopt op indirect refoulement. Ook werd geoordeeld dat eiser niet voldeed aan de bewijslast om een evident en fundamenteel verschil in beschermingsniveau aan te tonen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen discretionaire bevoegdheid toepaste en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.