ECLI:NL:RBDHA:2023:9345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet-onderbouwde identiteit en misleiding met vals document
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend waarbij hij stelde Eritrese nationaliteit te bezitten en een specifieke identiteit te hebben. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt en hem misleiding werd verweten vanwege het overleggen van een vals identiteitsdocument.
Eiser voerde in beroep aan dat hij niet wist van de valsheid van het document en dat hij niet had geprobeerd zijn positie te verbeteren. Tevens stelde hij dat zijn taalvaardigheid in Tigrinya niet volledig werd meegewogen en dat hij een partner in Nederland heeft met wie hij wil samenleven, een beroep op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht concludeerde dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk had gemaakt, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen, het gebruik van aliassen en onvoldoende taalbeheersing. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de partnerrelatie niet was geconcretiseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.