Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die sinds 2012 een WIA-uitkering ontvangt wegens volledige arbeidsongeschiktheid, verzocht om herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage na een melding van wijziging in zijn gezondheidssituatie in 2021. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat eiser voor 61,99% arbeidsongeschikt is, wat leidde tot een aanpassing van zijn uitkering. Eiser betwistte deze beoordeling en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder PTSS en depressie, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische informatie heeft meegewogen. Het ontbreken van een fysiek spreekuurcontact in de bezwaarfase werd niet als onzorgvuldig beoordeeld, mede omdat eiser in de primaire fase wel is onderzocht. De rechtbank volgde de motivering van de verzekeringsarts dat de beperkingen van eiser, met uitzondering van het samenwerken, juist waren vastgesteld en dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
Ook de arbeidsdeskundige B&B had passende functies vastgesteld die eiser theoretisch kan vervullen, wat de rechtbank voldoende onderbouwd achtte. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser voor 61,99% arbeidsongeschikt is en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor worden de proceskosten niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter S.E.C. Debets op 29 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht vastgesteld dat eiser voor 61,99% arbeidsongeschikt is.