ECLI:NL:RBDHA:2023:9513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en veroordeling proceskosten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 24 november 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris bij besluit van 19 augustus 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor is het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen.
Daarnaast is de vraag gerezen of de staatssecretaris bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd wegens het niet tijdig beslissen. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van dwangsombepalingen uit op asielbesluiten, wat door de Afdeling bestuursrechtspraak is bevestigd als verenigbaar met Unierecht. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep op dit punt.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat eiser door het niet tijdig beslissen wel beroep mocht instellen, veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier S.D.C.J. Verheezen en is zonder zitting gewezen op 27 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.