Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] GmbH, uit [vestigingsplaats], eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een GmbH, kreeg een boete opgelegd wegens meerdere overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) bij het inlenen van personeel zonder juiste vergunningen. De boete werd aanvankelijk vastgesteld op €108.750,- en na bezwaar gehalveerd tot €57.750,-.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen verminderde verwijtbaarheid kan inroepen omdat zij het risico nam door te vertrouwen op een derde partij die de controles zou uitvoeren. Inspanningen na de overtreding zijn niet relevant voor verwijtbaarheid, maar kunnen wel leiden tot matiging van de boete.
De rechtbank volgt de lijn van de hoogste bestuursrechter dat bij overtredingen van artikel 2a en 15 Wav de boetenormbedragen lager zijn vanwege het administratieve karakter. De boete wordt verder gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor het bedrag wordt vastgesteld op €54.375,-. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €54.375,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en afwezigheid van verminderde verwijtbaarheid.