ECLI:NL:RBDHA:2023:9564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening buitenlandse bronheffing bij muziekproducent niet toegestaan
Eiseres, een muziekproducent en exploitant van een platenmaatschappij, betwistte navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) over de jaren 2012 tot en met 2016, waarin de verrekening van buitenlandse bronheffing werd gecorrigeerd door de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet kwalificeert als artiest in de zin van artikel 17 van Pro het OESO-modelverdrag, omdat zij niet zelf optreedt, maar muziek produceert. Hierdoor is verrekening van de bronheffing niet toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat de bronbelasting in de Verenigde Staten is ingehouden op naam van de artiest die daadwerkelijk optrad, en niet ten laste van eiseres. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalde, omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat de Belastingdienst een toezegging had gedaan of dat sprake was van een niet weersproken verdeling die vertrouwen rechtvaardigde.
Verder oordeelde de rechtbank dat er sprake was van een nieuw feit voor navordering over 2012 en 2013, omdat de Belastingdienst pas tijdens de aanslagregeling 2014 aanleiding had tot nader onderzoek. De berekening van belastingrente werd als rechtmatig beoordeeld, en een proceskostenvergoeding werd niet toegewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de verrekening van buitenlandse bronheffing door eiseres wordt niet toegestaan.